Hassan Haddouchi doceert AI aan AP Hogeschool Antwerpen en adviseert organisaties, zoals VAN IN, over AI-strategie. Hij werkt op het snijvlak van technologie, onderwijs en besluitvorming. In dit artikel gaat hij verder in op de rol van generatieve AI in het onderwijs, en hoe educatieve AI nog een stapje verder gaat.
Generatieve AI, zoals ChatGPT, maakt razendsnel teksten, ideeën en antwoorden. Of er ook geleerd wordt, hangt af van hoe de tool ontworpen is. Educatieve AI vertrekt van leerdoelen, feedback en de rol van de leraar. Dat ontwerp weegt zwaarder door dan de technologie eronder.
Waarom educatieve AI het verschil kan maken.
Sinds de doorbraak van ChatGPT weten veel leraren wat AI kan. Een toetsvraag bedenken, een tekst herschrijven, een samenvatting maken of feedback formuleren, het lukt vaak in enkele seconden. Dat noemen we generatieve AI. Handig, ook in het onderwijs.
Generatieve AI is algemene technologie: je geeft een prompt en krijgt nieuwe inhoud terug, zoals tekst, beeld, code of uitleg. Daarnaast heb je educatieve AI. Dat is anders ontworpen dan generatieve AI en ondersteunt je in het lesgeven. Het vertrekt niet van losse opdrachten, maar vanuit leerdoelen, leerlijnen, betrouwbare inhoud, feedback en didactische keuzes.
Onder de motorkap gaat het vaak om dezelfde technologie. Het verschil zit in wat eromheen is gebouwd: welke leerlijn erin zit, welke inhoud is nagekeken, waar het systeem stopt met antwoorden geven en begint met doorvragen. Dat is een didactische keuze. Daar zit dus de kern: generatieve AI maakt iets, educatieve AI wil leerlingen iets laten leren.
Educatieve AI bouwt verder op leerdoelen
Een gewone generatieve AI-tool, zoals ChatGPT weet niet vanzelf wat jouw klas gisteren leerde, welke voorkennis leerlingen hebben of welk leerdoel centraal staat. Het antwoord kan goed klinken, maar toch niet passen bij waar je met je klas naartoe werkt.
Een leerling kan bijvoorbeeld vragen: “Leg breuken uit.” De chatbot geeft misschien een duidelijke uitleg, maar niet noodzakelijk op het juiste niveau. Misschien gebruikt de uitleg procenten, terwijl die nog niet behandeld zijn. Misschien slaat ze de concrete fase over die sommige leerlingen net nodig hebben. Of misschien geeft ze meteen een trucje, terwijl je als leraar eerst begrip wil opbouwen.
”Een chatbot kan snel een antwoord geven. Educatieve AI is pas waardevol als ze leerlingen helpt begrijpen hoe ze tot dat antwoord komen.
Educatieve AI werkt gerichter. Het is meestal ingebed in een leeromgeving, methode of oefentraject. Het houdt rekening met niveau, leerstappen en foutenpatronen. Bij rekenen in de lagere school kan dat betekenen dat een leerling eerst oefent met visuele ondersteuning vooraleer abstracte breuken aan bod komen. Bij Frans in het secundair onderwijs kan feedback aansluiten bij de woordenschat, grammatica en leerdoelen van dat leerjaar.
De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) waarschuwt dat algemene AI-tools leerlingen kunnen helpen om beter te presteren op een taak, zonder dat dit automatisch leidt tot duurzame leerwinst. Een netter eindproduct betekent dus niet vanzelf dat er beter geleerd is.
Onderzoek wijst vooral naar één les: AI werkt beter met didactiek
Levert educatieve AI ook echt meer leerwinst op dan generatieve AI? Daar moeten we eerlijk over zijn: er zijn nog weinig grote studies die de twee rechtstreeks met elkaar vergelijken. Het onderzoek naar AI in het onderwijs groeit snel, maar de praktijk loopt soms sneller dan het bewijs.
Wat wél naar voren komt, is een duidelijke lijn. AI lijkt vooral te helpen wanneer ze niet alleen antwoorden geeft, maar leerlingen stap voor stap begeleidt. Denk aan een systeem dat een hint geeft in plaats van meteen de oplossing, dat doorvraagt wanneer een leerling vastloopt of dat feedback koppelt aan een concreet leerdoel.
Internationaal onderzoek laat zien dat leerlingen in zulke omgevingen soms sneller en beter leren dan in gewone digitale oefeningen of klassikale werkvormen. Ook studies waarbij leraren of begeleiders AI-ondersteuning krijgen, wijzen in dezelfde richting: de technologie werkt vooral wanneer ze helpt om betere vragen te stellen en gerichter feedback te geven.
Dat is meteen de belangrijkste les voor scholen. De vraag is niet of er “AI” in een tool zit, maar hoe die AI is ontworpen. Geeft ze vooral antwoorden, of ondersteunt ze het denkproces van de leerling? Sluit ze aan bij wat in de klas geleerd wordt? En blijft de leraar degene die de feedback interpreteert en er didactische keuzes aan koppelt?
De leraar blijft nodig om feedback betekenis te geven
Voor leraren is dat verschil groot. Generatieve AI kan tijd besparen, maar vraagt vaak extra controle: klopt de inhoud, past het niveau, is de uitleg geschikt? Educatieve AI is sterker wanneer ze de leraar inzicht geeft in het leerproces. Niet alleen: “Deze leerling scoort 6 op 10.” Wel: “Deze leerling maakt vooral fouten bij het omzetten van breuken naar kommagetallen.”
Dat betekent niet dat generatieve AI geen plaats heeft op school. Voor leraren kan het een krachtige assistent zijn bij brainstorms, lesideeën, differentiatie of oudercommunicatie. Ook leerlingen kunnen leren om generatieve AI kritisch te gebruiken. Maar zonder helder leerdoel wordt AI-gebruik snel productgericht: sneller een tekst, sneller een antwoord, sneller klaar. Het verschil tussen een tool die het werk overneemt en een tool die het denken uitlokt, is op het scherm immers nauwelijks te zien. Het wordt pas zichtbaar op de toets erna.
Zo zet je educatieve AI doordacht in
Voor scholen is de kernvraag niet: “Welke AI kan het meeste?”, Maar wel: “Welke AI helpt onze leerlingen beter begrijpen wat ze leren?”
Wie met educatieve AI aan de slag wil, kan klein beginnen.
Kies eerst één duidelijk leerdoel. Laat AI bijvoorbeeld helpen bij het voorbereiden van feedback op schrijfopdrachten, het maken van extra oefenkansen of het zichtbaar maken van foutenpatronen. Zo blijft de technologie verbonden met wat leerlingen moeten leren.
Gebruik educatieve AI daarna als tweede paar ogen, niet als eindbeslisser. Laat de tool suggesties doen, maar blijf als leraar bepalen welke feedback klopt, welke leerling extra uitleg nodig heeft en welke volgende stap didactisch zinvol is.
Maak ten slotte het leren zichtbaar voor leerlingen. Bespreek niet alleen het antwoord, maar ook de weg ernaartoe: welke hint hielp, welke fout kwam vaker terug, welke strategie werkte beter? Zo wordt AI geen snelle route naar een eindproduct, maar een hulpmiddel om bewuster te oefenen en te groeien.
Educatieve AI past beter bij onderwijs omdat ze niet begint bij output, maar bij het leerproces. Het sluit aan bij leerdoelen, gebruikt betrouwbare inhoud, geeft gerichte feedback en laat de leraar aan het stuur. Precies daar ligt de meerwaarde voor de klas.
Webinar ‘AI in het onderwijs’
Hassan Haddouchi doceert AI aan AP Hogeschool Antwerpen en adviseert organisaties over AI-strategie. Zijn vertrekpunt: AI is een beslissingsvraag, geen IT-vraag. Op 23 september 2026 geeft Hassan het webinar ‘AI in het onderwijs’.
Laat je inspireren en schrijf je hier in!


