Ellie Lefèvre is opleidingsmanager van de lerarenopleiding kleuter- en lager onderwijs bij Thomas More Mechelen/Antwerpen. In dit interview legt ze uit hoe een coherent curriculum studenten helpt om echt klaar voor de klas te staan.
Welke kansen zie je in de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs, en waar liggen de grootste uitdagingen?
De nieuwe minimumdoelen bieden een helder kader om structuur te geven aan wat leerlingen werkelijk moeten kennen en kunnen. De kans ligt erin dat we nu coherente leerlijnen kunnen bouwen die van kleuter tot einde lager onderwijs lopen. De grootste misvatting is dat kennisrijk onderwijs nog te vaak wordt herleid tot het aanleren van losse feiten binnen een thema. Daardoor is de grootste uitdaging het begrijpen van de coherentie binnen en overheen de verschillende vakdisciplines.
Neem het voorbeeld van de Nijl. Het doel is niet om de Nijl te benoemen als een rivier in Egypte. Belangrijker is dat kleuters begrijpen waarom deze rivier een cruciale rol speelde bij het ontstaan van de eerste beschavingen. Deze kennis bouw je systematisch op. In aardrijkskunde leren kleuters over water en land en het belang ervan. Vanuit wetenschap & techniek leren ze meer over hoe water en land een rol spelen voor organismen. Deze inzichten vormen vervolgens de basis om in geschiedenis te begrijpen waarom beschavingen zich langs rivieren zoals de Nijl ontwikkelden. Zo ontstaat een samenhangend kennisnetwerk waarin leerlingen verbanden leren leggen waarbij taal onlosmakelijk verbonden is. Zonder o.a. een rijke woordenschat, begrijpend luisteren en lezen, kunnen leerlingen deze kennis immers niet opbouwen.
Het begrijpen van het opzet van de minimumdoelen en de vertaling naar de dagelijkse klaspraktijk is geen sinecure. Dat is precies waar wij als lerarenopleiding voor staan: sterke leraren opleiden en partnerscholen ondersteunen om kennisrijk onderwijs in de praktijk te brengen.
Hoe kijk je vanuit de lerarenopleiding naar de evolutie richting kennisrijk onderwijs?
We omarmen die evolutie voluit. Bij Thomas More is kennisrijk onderwijs geen hype, maar een weloverwogen keuze die we al eerder maakten en die steunt op internationaal onderzoek. Ons project ‘Klaar voor de klas’ investeert gericht in curricula die gebaseerd zijn op robuuste wetenschappelijke inzichten. We leveren startbekwame leraren af die niet alleen weten wát ze moeten onderwijzen, maar ook waaróm kennis onmisbaar is als fundament voor elk leerproces.
Wat betekent ‘kennisrijk lesgeven’ voor jou, en waarom is het vandaag zo relevant?
Kennisrijk lesgeven betekent voor mij dat je als leraar bewust werkt aan het opbouwen van een rijke kennisbasis bij kinderen, en dit vanaf de kleuterklas. Kennis is daarbij de brandstof voor hogere denkvaardigheden zoals kritisch denken en begrijpend lezen. Het is vandaag bijzonder relevant omdat niet elk kind thuis dezelfde kansen krijgt om die kennisbasis op te bouwen. De school, en zeker de kleuterklas, is bij uitstek dé plek om deze ongelijkheid te verkleinen.
Is ‘kennisrijk onderwijs’ een echte onderwijsvernieuwing, of geven we een nieuwe naam aan goed onderwijs?
Een beetje van beide. Sterke leraren hebben altijd al gewerkt aan kennis. Wat nieuw is, is de systematiek en de bewuste curriculumkeuzes die daarachter zitten. Het gaat dus niet om de nieuwe naam ‘kennisrijk onderwijs’ maar om het centraal zetten van de opbouw van kennis. Welke voorkennis hebben leerlingen nodig om de wereld te begrijpen? En hoe wordt dit stap voor stap opgebouwd?
Minstens even belangrijk is didactische expertise: weten hoe je kennis zodanig aanreikt dat ze verankerd wordt. Daarnaast is ook klasmanagement essentieel, als voorwaarde om zoveel mogelijk tot leren te komen.
Bij Thomas More werken we precies op deze pijlers: ons vernieuwd curriculum rust op drie geïntegreerde pijlers — vakexpertise, effectieve didactiek en krachtig klasmanagement. Dat is geen toevallige combinatie, maar een bewuste keuze.
Is de vrees dat meer kennis ten koste gaat van vaardigheden terecht?
Die vrees berust op een vals dilemma. Een kennisrijk curriculum is gulzig: het wil kennis én vaardigheden ontwikkelen. Die twee staan niet los van elkaar maar versterken elkaar. Verschillende vaardigheden zijn nodig om kennis te verwerken en te verankeren. Bij Thomas More werken we hier expliciet aan
Als een school morgen werk wil maken van kennisrijk onderwijs, waar begint ze dan het best?
Het startpunt is het begrijpen van de kenmerken van een kennisrijk curriculum en de bouwstenen van effectieve didactiek. Vanuit dit inzicht wordt duidelijk waarom coherentie essentieel is, zowel verticaal, horizontaal en diagonaal en telkens van K0 tot L6.
Een volgende stap richting kennisrijk ligt in het versterken van het inzicht in de minimumdoelen en de leerlijnen die daarachter zitten. Daarbij is het cruciaal om eerst te werken aan verticale coherentie binnen een vakdiscipline: het opbouwen van een doorlopende leerlijn met een gemeenschappelijke taal op schoolniveau en een duidelijke implementatie in de klaspraktijk. Pas wanneer die verticale samenhang binnen een vakdiscipline voldoende is uitgewerkt, kan er uitgebreid worden naar de horizontale en diagonale coherentie.
Hiervoor is er professionalisering nodig. Binnen Thomas More werken we dit proces via gezamenlijke professionalisering met onze partnerscholen uit. Daarnaast ondersteunen we scholen ook met publicaties zoals ‘Kennisrijk Kansrijk’, ‘Wijze Lessen. 12 bouwstenen voor effectieve didactiek’, ‘Kleine stappen, grote sprongen. Effectieve wiskunde in de kleuterklas’ en ‘Kenniswijzer geschiedenis voor het lager onderwijs’.
Welke competenties hebben leerkrachten meer dan ooit nodig, en verandert dat ook de lerarenopleiding?
Startbekwame leraren hebben vakinhoudelijke kennis nodig. Je kan geen kennisrijke les geven over inhoud die je zelf niet goed begrijpt en beheerst. Minstens even belangrijk is didactische expertise: weten hoe je kennis zodanig aanreikt dat ze verankerd wordt. Daarnaast is ook klasmanagement essentieel, als voorwaarde om zoveel mogelijk tot leren te komen.
Bij Thomas More werken we precies op deze pijlers: ons vernieuwd curriculum rust op drie geïntegreerde pijlers — vakexpertise, effectieve didactiek en krachtig klasmanagement. Dat is geen toevallige combinatie, maar een bewuste keuze.
Dankzij het project ‘Klaar voor de Klas’ hebben onze lerarenopleidingen de voorbije jaren bewust gekozen voor een duidelijke verschuiving richting deze drie pijlers, die centraal staan in ons curriculum.
Gaat de omslag naar kennisrijk onderwijs over andere leermiddelen, een andere didactiek of een andere manier van denken?
Alle drie, maar de volgorde telt. Het begint bij de insteek dat onderwijs als doel heeft om kansen te geven alle kinderen. Daarna volgt de didactiek waarbij leermiddelen ondersteunend kunnen zijn. Dit is voor studenten en het werkveld een mentaliteitsshift.
Kunnen dezelfde principes ook richtinggevend zijn voor het secundair onderwijs?
Absoluut en internationaal onderzoek bevestigt dat. De principes van een kennisrijk, coherent en helder curriculum gelden voor elke onderwijsfase. Wat verschilt, is de uitwerking: in het secundair worden leerlijnen complexer en meer vakspecifiek. Maar het fundament, kennis als motor voor dieper leren, is universeel. Het is geen toeval dat Thomas More de drie pijlers (vakinhoudelijke expertise, effectieve didactiek en klasmanagement) centraal zet in alle lerarenopleidingen.
Welk hardnekkig misverstand over kennisrijk onderwijs zou je uit de wereld helpen?
Dat leerlingen in kennisrijk onderwijs enkel input krijgen en deze klakkeloos moeten reproduceren. Niets is minder waar.
In kennisrijk onderwijs zijn verwondering, rijke gesprekken en betekenisvolle verhalen belangrijk. Zo ontstaat onderwijs dat niet armer, maar net rijker wordt door de manier waarop kennis bewust wordt opgebouwd en verdiept.


